Herstellen: twee stappen terug, één stap vooruit

Iedereen krijgt er in zijn leven weleens mee te maken: een geestelijke klap die je voor een behoorlijke tijd omver slaat. Soms gaat het om een verloren liefde, soms om een dierbare die er niet meer is. Je kunt ook ziek zijn, of te horen hebben gekregen dat je het bent. Hoe dan ook: er gebeurt iets waardoor je normale leven compleet verstoord raakt. Daar zul je van proberen te herstellen. En dat gaat niet zomaar.

Ik hoor het veel om me heen, en heb het ook bij mezelf gezien: frustratie rondom herstel. Want herstellen van iets, beter worden, wáárom duurt dat soms zo lang? Ik wil niet meer dat verdriet voelen, of die woede, of die pijn, of die moedeloosheid. Ik wil er weer zijn, klaar voor een nieuwe start, nieuwe avonturen, nieuw geluk.

Het pijnlijke is dat, als je ergens van herstelt, dit nooit zomaar gaat. Dat maakt herstellen precies zo moeilijk. Iedere keer als je even vooruit lijkt te gaan, word je soms weer teruggeworpen in een gat dat oneindig lijkt. Er ‘beetje bij beetje’ bovenop komen lijkt dan eerder een droom dan werkelijkheid: ‘beetje bij beetje’ suggereert dat je gemoedstoestand, langzaam misschien, dat wel, in een rechte lijn naar boven gaat. Zo werkt het alleen vaak niet. En ik denk dat als je dat inziet en uiteindelijk accepteert (au), je makkelijker om kunt gaan met je herstel.

Herstel_

Ik wil úít deze ellende
Allereerst: de ene herstelsituatie is de andere niet. De een verliest bijvoorbeeld een dierbare, de ander is ziek. Wat je in ieder geval niet moet vergeten, is dat je bij een ingrijpende gebeurtenis met meer dan één ding te maken hebt: niet alleen het verdriet om dat wat je is overkomen, om degene die je moet missen (een dierbare, of jezelf), maar ook hoe het je blik op dingen (zoals je toekomst) verandert en hoe anderen op je reageren (of hoe ze dit juist niet doen). Als je ergens van moet herstellen, ziet de wereld er in één klap anders uit. De mensen die er toe doen, bijvoorbeeld, geven om je, maar ook zij gaan op een gegeven moment door. Er is werk te doen, er zijn kinderen op te voeden, andere vrienden die wat van hen willen, partners met wie ze gelukkig zijn, festiviteiten die op hen wachten. Dat is normaal; het is logisch, maar het kan er ook voor zorgen dat je je alleen voelt in je bubbel van onmacht en verdriet. Alles draait weer door immers, alleen jij (nog) niet. Het is op dat moment dat je misschien besluit: ik moet eruit. Nu. Maak die bubbel open, laat me gaan, ik wil hier niet blijven.

Dat is oké.
Het is normaal om verder te willen nadat je leven op zijn kop is komen te staan.
Maar het hoeft niet.

Je mág tijd nemen voor je verdriet.
Je mág huilen.
Je mág dingen oneerlijk vinden.
Je mág je afvragen waarom dit is gebeurd.
Je mág iemand missen.

En dat is vaak waar het gaat wringen als je ergens van herstelt: je wilt er niet alle tijd van de wereld voor nemen. Omdat het zeer doet. Omdat je het zinloos vindt. Omdat anderen doorgaan. Omdat jij ook door wilt gaan. Omdat je niet zielig wilt worden gevonden, of je jezelf niet zielig wilt vinden. Omdat je het oneerlijk vindt – je wilt gewoon een normaal leven. Het is, denk ik zelf, daarom dat mensen verwachten dat het na een tegenslag op een gegeven moment steeds beter zal gaan.

Dat zal het ook. Alleen vaak niet zoals mensen denken. Die rechte lijn naar boven, die is er namelijk in mijn ogen niet.

Twee stappen terug, één stap vooruit
Herstellen kost tijd. Zelfs als je rustig aan doet, of hulp zoekt, of medicijnen gaat slikken. Natuurlijk, op een gegeven moment zal het beter gaan, maar er zullen ook momenten zijn waarop je weer kunt worden gewezen op dat gebroken hart, die ene leegte, dat verdriet. Het zijn die momenten waarop je beseft dat je nog niet alles kunt. Dat muziekje dat jij en die persoon altijd luisterden op avonden met te veel wijn. Dat gebaar dat alleen jij uit duizenden herkent. Door dit soort dingen word je weer gewezen op de reden van je herstel, wat je misschien ter plekke twee stappen terug laat doen. Dat doet zeer en verdomme-waarom-nou, maar…

Het mag.
Het is oké.
Het hoort erbij.

Laat het moment gebeuren, laat het passeren, en beslis dan voor jezelf wat je ermee wilt. Ben je verdrietig? Wees verdrietig. Moet je het kwijt? Schrijf het op, stuur een e-mail, bel iemand. Dit moment is niet blijvend. Wie weet voel je je morgen beter. Wie weet brengt het je weer een les, een inzicht, een mooie herinnering, en kun je juist weer verder.

Op lastige momenten kun je dus twee stappen terug doen, maar daarna volgt ook weer een stap vooruit.
Je komt er dus wel.
Ook al volgen er daarna weer tig passen terug.
Ook al komt er weer een liedje, of een foto, of een moment waarop je niets kunt.

Want verdriet, onmacht en boosheid horen bij herstel, maar daarmee leren omgaan ook.
Hoe meer je dat probeert, hoe meer je de zwarte zee van verdriet en moeilijkheden leert kennen.
En zo… zwem je je uiteindelijk een weg naar de kust.

Beeld: 1.